Audio en CD's

Fotogalerie

H-Moll BWV 544
downloaden

Audiofragmenten
beluisteren

De cd's van Groningen en Noordbroek zijn te koop. Na vooruitbetaling op banknummer: ABN/AMRO 570030188 t.n.v. J.Hulzebos o.v.v. CD én adres wordt de cd per omgaande bezorgd.

DER AAKERK te Groningen

Jelte Hulzebos speelt werken van Johann Sebastian Bach

Prijs € 15.= verzendkosten € 2.=

MARTINIKERK te Groningen

Jelte Hulzebos speelt werken van

SCHEIDEMANN - SWEELINCK - TUNDER - BACH

Prijs € 15.= verzendkosten € 2.=

NOORDBROEK

Jelte Hulzebos bespeelt het Schnitger-Freytag-orgel te Noordbroek

Prijs € 12.50 verzendkosten € 2.=

25 JAAR ORGELCONCERTEN LEENS

Jelte Hulzebos speelt Nicolaus Bruhns

JELJER TER WIES - jongenssopraan

Mysterium

Jelte Hulzebos bespeelt het kistorgel

EXTRA !! Download Praeludium und Fuge h-Moll BWV 544, J.S.Bach
Orgel Martinikerk Groningen
door Jelte Hulzebos

Toelichting en registratie op dit werk:

Johann Sebastian Bach (1685 - 1750) schreef het overgrote deel van zijn orgelwerken tussen 1708 en 1717, toen hij als hoforganist en concertmeester in Weimar werkzaam was.
In de tijd dat hij in Leipzig werkte, van 1723 tot aan zijn dood, lag het accent meer op het componeren van cantates. Dat neemt echter niet weg dat een aantal van zijn belangrijke orgelwerken, waaronder de zes triosonates en het ‘dritter Teil der Clavier-Übung’, in Leipzig zijn ontstaan. Dat geldt eveneens voor de Praeludium und Fuge h-Moll BWV 544 die hij tussen 1727 en 1731 heeft geschreven. Het werk is in zijn handschrift bewaard gebleven en mogelijk door Bach zelf gespeeld bij de begrafenis van Christiane Eberhardine, keurvorstin van Saksen en koningin van Polen.

Het openingsthema van de prelude is opgebouwd uit een thema dat begint op tonica, de noot b, gevolgd door een dubbelslag en een Seufzerfiguur (zuchtende voorhoudingen). Deze nuchtere analyse van het notenbeeld staat in geen verhouding tot de uitwerking die het aanhoren van deze beginmaten op de luisteraar heeft. Uit dit openingsthema ontwikkelt zich de expositie van 16 maten waaruit zich gaandeweg de overige thema’s ontwikkelen.
Het werk ademt een dramatische sfeer vanwege onder andere de dissonante harmonieën, de Seufzerfiguren, de grillige ritmiek en de syncopen. Ik kan me vinden in de mening van Johann Mattheson die in zijn ‘Das Neu-Eröffnete Orchestre’ de verschillende toonsoorten karakteriseert en daar de tonaliteit b-klein (Duits h-Moll) omschrijft als ‘unlustig und melancholisch’.
De fuga contrasteert sterk met het preludium. Het fugathema is vocaal van karakter en de ritmiek is vanwege het gebruik van voornamelijk achtste en zestiende noten gelijkmatiger van beweging. De fuga heeft een evenwichtige driedelige vorm: de maten 1 –27 als expositie, vervolgens maat 28 – 58 met twee- en driestemmige passages die manualiter worden uitgevoerd, met daarin vanaf maat 28 een nieuw contrasubject oftewel tegen-thema. Tot slot maat 59 – 88 waarbij in maat 59 nogmaals een nieuw contrasubject wordt gepresenteerd tot het einde van de fuga.

  • Praeludium

    HW O8, O4, O2
    RW Qd16, P8, O4, O2, Nas3, Schl8
    Ped P16, O8, S16, O4, Dulc16, T8
    Kopp RW/HW

  • Fuga

    HW P16, O8, O4, O2
    RW Qd16, P8, O4, O2, Nas3, Sq, Mixt, Schl8
    Ped P16, S16, O8, O4, O2, Mixt, Dulc16, T8, C4
    Kopp RW/HW